Het gebouw heeft een culturele herbestemming gekregen. De enorme lange nagalmtijd werd gereduceerd door het realiseren van geïsoleerde voorzetwanden en door het aanbrengen van akoestish pleisterwerk over grote oppervlakken van de gewelven.
Daarnaast zijn de ramen voorzien van een extra kozijn met zwaar isolerende beglazing waardoor de geluidsoverdracht naar buiten toe is beperkt.
Er zijn extra vluchtdeuren t.p.v. de voormalige sacristieruimte gerealiseerd. Deze ruimten zelf zijn verbouwd tot was- en kleedruimten en tot een afwerkkeuken ten behoeve van de catering.
Een hardglazen pui met schuifdeuren in het hoofdportaal zorgt ervoor dat ook hierlangs gevlucht kan worden.
In de kerkruimte zelf zijn twee toiletblokken gerealiseerd die door de "abstracte" materiaalkeuze nauwelijks impact hebben op de ruimtelijke hoge kwaliteit van het gebouw.
De noodzakelijke ingrepen aan het gebouw hebben het hoogwaardige interieur niet aangetast. De altaren preekstoelen en het orgel zorgen ervoor dat het "oude" beeld aanwezig blijft terwijl de toneelverlichtingsconstructies, de verlichting zelf en afschermende gordijnen het mogelijk maken een compleet nieuwe sfeer op te roepen passend bij het nieuwe gebruik.